Een slippertje moet kunnen!
We beginnen de dag met een heerlijk ontbijt in het hotel en doen daarna nog wat foto's. Die paar gasten die er zijn liggen nog te slapen dus het hele pand hebben we voor onszelf. Wat een rust! Vervolgens douchen we, pakken snel en checken uit want de volgende stop is een heel eind rijden. Nadat we Georgetown zijn verlaten en de brug naar het vaste land zijn over gestoken keert de rust al snel terug. De weg wordt smaller en onze navigatie geeft aan beide kanten van de weg niets meer aan dan groen. Eén weg dwars door de jungle naar de andere kant van Maleisië. De route is prachtig en gaat maar net langs de grens van Thailand. Masja heeft weer de meest heerlijke muziek van het internet geleend en gaat Chaiyya Chaiyya Bollywood Joint als eerste op (www.youtube.com/watch?v=mc3p63G1irM&feature=related). De tekst is niet te volgen maar toch blèren we alledrie luidkeels mee en als een stel Bollywood helden vluchten we verder de jungle in. Na een uurtje of vieren komen we aan in Belum Rainforest Resort.Een prachtig resort wat licht op een heuvel midden in een enorm meer. Het resort is helemaal 'zen' en gemaakt van de mooiste materialen. In tegenstelling tot ons vorige verblijf even geen tierelantijnen maar strakke kamer omringd door vijvers met de prachtige vissen. Ook hier is weer geen kip te bekennen en wil al het personeel ons dolgraag helpen. Vrouwlief zou vrouwlief niet zijn als er niet eerst even een paar Aziaten over de toonbank worden getrokken die ons een te dure kamer proberen aan te smeren. Eén keer raden wie deze discussie heeft gewonnen :-)
's Middags stappen we met zijn vijven (twee gidsen en wij drieën) in een enorme boot die ons verder de jungle in moet brengen. Er is verder helemaal niemand in de buurt dus dat maakt het extra leuk. Bodhy geniet van de twee keer honderd paardenkrachten die ons als een raket over het meer laat glijden. Het meer is eigenlijk een ondergelopen dal dat ooit ontstaan is door het plaatsen van een dam. Hierdoor heeft het meer een heel bijzonderen vorm en steken er met name aan de kant allemaal dode bomen uit het water. Na een half uurtje meren we aan en trekken de jungle in op zoek naar Rafflesia. Dit is de grootste bloem ter wereld en bloeit maar zeven dagen. Het is overigens één van de weinige bloemen die tijdens het bloeien niet lekker ruikt maar naar rottend vlees stinkt. Even een foto en maar weer snel verder. Voordat we de boot weer betreden zien we nog even sporen van een olifant die nou niet echt de meest makkelijke route heeft genomen. Een soort van natuurlijke glijbaan verraad zijn aanwezigheid. De tocht gaat verder langs kleine eilandjes een een labyrint van dode bomen. Een uurtje verder begint onze volgen tocht richting een waterval diep in het regenwoud. Ook dit is weer een pittige tocht dwars door riviertjes, klimmend over omgevallen boomstammen en glijdend door de modder. Het touw wat af en toe voor wat houvast moet dienen wordt ook gebruikt als oversteekplaats door duizenden mieren van zo'n twee centimeter groot. Dus dan maar geen houvast :-) Aangekomen bij de waterval genieten we van het 'plaatje' en frissen ons op. Nadat iedereen een klein beetje is afgekoeld gaat de tocht verder maar het tempo komt aanzienlijk lager te liggen als Masja met één slipper komt vast te zitten. De slipper is niet meer te redden en mama mag dus fijn op blote voeten verder. Door de modder, langs mieren en bloedzuigers. Voor de twee lieve gidsen is het niet om aan te zien en gaan voorruit op zoek naar alternatief schoeisel. Al snel lukt het ze om bij de Oerang Asli (originele bewoners van Maleisié) een soort van 'slipper' te lenen. Opgelucht maar niet helemaal volgens de laatste trends vervolgen we ons pad. Op de terugweg doet het regenwoud zijn naam eer aan begint het goed te regenen. Nat maar voldaan kamen we aan in onze kamer, rusten wat uit en vervolgen we onze kaart competitie. Na een mislukte poging Bodhy van zijn voorsprong te beroven gaan we lekker eten. Tijdens het eten bespreken we het plan voor de komende dagen en al snel volgen er wat wijzigingen. Zo hebben we al eerder een overnachting veranderd en proberen we morgen een dag eerder naar Perhentian Kecil. Een beetje jammer voor het bezoek aan de mooiste markt van het oosten maar Kota Bharu blijkt toch niet helemaal in de planning te passen. We moeten nog wel even een boottocht regelen maar wie weet zitten we vanavond met onze 'arie' in het zwembad-blauwe-water met in de ene hand ons zelf gesmokkelde goedje!
Het honderd sterren hotel
Na de deceptie van gisteravond is de maandag heel erg goed begonnen. We hebben de Baan Talay Homestay achter ons gelaten en zijn als een speer naar de andere kant van Georgetown gereden om ons in te checken in het allermooiste hotel van Maleisië.Het Cheong Fatt Tze Mansion Penang is een vijf sterren hotel gebouwd in 1880. Het is in 1990 van de ondergang gered en is toen helemaal gerenoveerd. Het pand is een mix tussen Europese en Aziatische architectuur met louvre deuren voor de ramen, art nouveau glas door het hele hotel en de vloertegels zijn met de hand beschilderd. Niet alleen onze kamer waar vroeger de keizer sliep is heel mooi maar het hele hotel is werkelijk schitterend. Mooie gietijzeren trappen, donkere Chinese meubelen en op de binnenplaats heerst een oase van rust. De muren zijn afwisselend violetblauw en mintgroen en geven de slechts zestien kamers een luxe en rustieke sfeer.
Nadat we het pand van top tot teen hebben bewonderd zijn we lekker de stad ingegaan om voor Bodhy te shoppen. Voordat we de grote winkels bereiken lopen we door honderden meters markt met een gangpad van slechts een meter breed. Het is er mooi en claustrofobisch tegelijk. Een triljoen geuren passeren de zintuigen variërend van 'gadverdamme' tot 'god wat lekker. Ook zien we 'live' hoe de enorme vissen worden onthoofd en heeft de slager hier blijkbaar aan een scherp mes en een metalen werkblad genoeg. In tegenstelling tot Robben scoren wij wel het één en ander en gaan we voldaan richting ons kamertje waar voor Masja een overheerlijk bad klaar staat.
Gisteren was een dag waar we niet echt goed inkwamen. Ondanks dat we voor het eerst in de zee hebben gezwommen was het gewoon te warm en waren we het waarschijnlijk ook allemaal een beetje zat. Baan Talay Homestay is een schattig hostel maar in onze vermoeide staat konden we wel wat extra luxe gebruiken. Tegen de avond werd het gelukkig allemaal beter en zijn we in een soort van Chinese markt gaan eten. Onder een enorm metalen dak staan wel duizend plastic stoelen met daar omheen tientallen kleine kraampjes waar je echt alles kan kopen wat betreft chinees traditioneel eten. Natuurlijk is de keuze aan nasi enorm maar de gekste vissen worden ter plekke klaargemaakt en dat wat net nog leefde gaat via de frituurpan zo op het bordje. Wij zien dat laatste wel zitten en als toetje nemen we een bord vol sushi voor nog nog geen zes euro. Bodhy ook weer helemaal blij! Met een volle buik proberen we nog even wat slaap te pakken maar dat gaat pas nadat we erachter komen hoe de airco echt werkt. Om twee uur in de nacht maakt m'n iPhone ons wakker voor de wedstrijd. Daar waar we vanmiddag nog heerlijk hebben gegeten is nu alles dicht en zitten er zo'n honderd Aziaten voor een groot scherm naar de voorbeschouwing te kijken. We bestellen de gebruikelijke hoeveelheid Tiger en gaan er eens goed voor zitten ...., ruim twee uur later liggen we licht ontgoocheld weer in dezelfde warme kamer (ik heb nog wel even aan een potje rellen gedacht maar van de honderd Chinezen waren er ongeveer honderd voor spanje, dus dan maar niet).
Vanavond hebben we het een stuk beter gedaan. Eerst even een lekere wandeling langs de kust en dan via Little India naar China town waar we terecht komen in een Chinese tempel waar 'iets' aan de hand blijkt te zijn want los van de ongelofelijke harde muziek (lees: kattegejank) is er een gekostumeerde voorstelling en worden er honderden fakkels en staafjes wierook aan gestoken. Binnen in de tempel is het één groot rookgordijn en en staan de meeste chinezen met hun ogen dicht de geesten te vereren. Even verderop stappen we een vaag tentje in waar ze achteraf gezien de lekkerste maar zeker ook de heetste saté maken. De vlammen worden gedoofd met het traditionele bier en een bak met vruchten. We rekenen af en snellen ons naar het hotel waar we van onze nieuwe voorraad wijn gaan genieten. Vanmiddag hebben we Bodhy even alleen in Georgetown achtergelaten zodat Masja en ik even snel 'ergens' een chinees konden vinden die ons voor een schappelijke prijs wat Merlot wil verkopen. We gaan namelijk naar de oostkust van Maleisié en daar is wijn echt heel moeilijk te verkrijgen. Niet veel later staan we met Bodhy en acht liter rode wijn in onze 'coole' kamer. Tot morgen :-)
Sorry Zoë
Vandaag (vrijdag) staat er een lange rit op de planning. Het is een kleine vier uur rijden naar ons volgende hotel en om de grootste hitte een beetje voor te zijn starten we vroeg. Vanuit Cameron Highlands is de toch prachtig. Het is een echte slinger-de-slanger weg met aan beide kanten volop jungle. De bochten zijn scherp en volgen elkaar in hoog tempo op. Ondanks al het groen is de variatie enorm. Bomen begroeid met mos, enorme rotan struiken en kilometers aan bamboebomen met daartussen af en toe wat hutjes van de originele bewoners: de Orang Asli. De hutjes zijn niet veel meer als die in Thika, Kenia met misschien als enige uitzondering de palen waarop ze zijn gebouwd. Na een klein uurtje rijden doen we een poging een waterval te beklimmen maar hier in Maleisië zijn ze niet zo van het klimmen en klauteren dus het pad stopt dan ook vrij snel. En zonder pad is er echt geen doorkomen aan. Na wat afkoeling in de waterval stappen we in onze Proton en vervolgen onze reis. Proton is een lokaal automerk wat je hier veel tegenkomt. Tegen de berg op of in een scherpe bocht lijkt het karretje van palmbladeren gemaakt te zijn want alles kraakt en hij komt voor geen meter vooruit maar, tot nu toe laat hij ons niet in de steek.
Onze volgende hotel is een soort van resort midden in het niks. Een luxe spul aan een enorm groot meer met prachtige watervilla's, paalwoningen en een super hoge toren met ruim vijfhonderd kamers. Ons slaapplekje blijkt in de toren te zijn dus checken we snel in. Al snel blijkt dat van de vijfhonderd kamers er misschien tien bezet zijn want in het enorme zwembad zit geen hond. En de paar gasten die er zijn zitten natuurlijk in de karaoke bar wat daar zijn ze hier echt dol op. Afgekoeld en in alle rust genieten wij van het zonnetje.
Aan het eind van de middag gaan we met de boot het meer op richting een eiland waar echt heel veel apen schijnen te leven en waar ze een opvangcentrum voor de oerang oetan hebben gehuisvest. Na de kleine tocht zien we als snel de ene aap na de andere aap in boomtoppen verschijnen. Eenmaal aan wal staan we oog en oog met Mike. Mike is een 28 jaar oude oerang oetang en heeft duidelijk geen zin om maar een grote teen te bewegen. Een klein Aziatisch meisje met een piep stemmetje blijkt er te werken en verteld ons het één en ander over de apen. Al snel komen er meer op ons af en kan Masja na hartenlust haar nieuwe camera aan het werk zetten. Apen zijn rare beesten (iets wat iedereen eigenlijk al weet maar wat dan ook echt zo is) ze trekken de meest gekke bekken, lachen echt met de ene hand onder de oksel en jatten alles wat ze tegenkomen. Echt leuk om te zien! Het kleine meisje neemt ons mee richting een wat huisjes op palen in het water. Hier worden de apen als eerste opgevangen. Zo zien we twee kleine aapjes met een luier om in een wiegje liggen. Zo schattig, dat mijn kleine nichtje voor heel even met een tweede plaats genoegen moeten nemen.Ook zien we hoe de aapjes leren klimmen en zelfstandig voedsel moeten zoeken om later te kunnen overleven op het eiland tussen de rest van de apen.
Tijdens de tocht terug kleurt de hemel zwart en eenmaal aangekomen in onze kamer breekt de *piep*s uit! Een wolbreuk die het hotel doet overstromen. Het water loopt door de gangen en Bodhy, kind dat het is, heeft eindelijk zijn eigen glijbaan. De rest van de avond blijft het spoken en eten we wat in het hotel. Bodhy gaat weer douchen (dit doet hij dus zo'n acht keer per dag) en Masja en ik zetten een filmpje op over Nelson Madela en het rugby team van Zuid Afrika, de springboks. Bodhy komt er snel bij en ziet hoe het sportieve succes apartheid veranderd in éénheid. Toeval of echt een inspiratiebron voor van Marwijk want met zelfs een bezoekje aan Robben Eiland zie ik veel overeenkomsten de de film Invictius en ons oranje tijdens het WK. Of wij deze uiteindelijk ook gaan winnen weet ik niet maar hier is het behalen van de finalen al helemaal top. Iedereen in dit voetbal-gekke-land feliciteert ons met dit resultaat. Raar volkje die Aziaten!
Mac met mieren!
We zitten in ons kamertje te genieten van de enorme onweersbuien die hier al uren de highlands in zijn greep heeft. Het is prachtig om te zien hoe de enorme bergen om de paar seconden worden aangelicht. Overigens zijn de flitsen niet het enige wat ons vermaakt want 'fathers guesthouse' is werkelijk een fantastische plek. Het is wederom een hostel voor met name backpackers maar hier heeft echt iedereen het goed naar zijn zin. Het is een oud-engels gebouw boven op een heuvel en ondanks dat wij nou niet echt van die groene vingers hebben is de tuin prachtig. Overal staan palmbomen en de meest mooie planten en bloemen. Na aankomst hebben we onszelf getrakteerd op de beste spaghetti want wat koolhydraten kunnen we wel gebruiken. Wederom voor drie keer niks! Vol energie duiken we vervolgens de drukke straatjes in waar je echt alles kan kopen maar met name kan eten. De meest foute tentjes met de gekste gerechten. Ondanks de spaghetti loopt het water uit ons mond. We slaan snel nog wat lekkers in voor de avond, Masja koopt nog even een tas en een 'soort' van burka want half Maleisië kijkt haar na. Met de nadruk op 'half' want de helft is hier moslim en de rest hangt een ander geloof aan. Maar met name de eerste groep heeft nog altijd wat moeite met blote schouders of een korte rok.
Gisteren zijn we voor vertrek uit de jungle nog wel even een tocht gaan doen. Een grappige tocht met als hoogtepunt de touwladder brug van enkele honderden meters ver boven de grond. Leuk maar niet heel bijzonder zeker als er van die 'gezinnen' lopen die elke boom indrukwekkend vinden en ons maar raar vinden op onze teenslippers. Zijzelf lopen er bij alsof ze driehonderd jaar de jungle in gaan en de meest vreselijke omstandigheden gaan tegenkomen. Maar goed, snel laten we ons naar de de overkant brengen met het bootje één ringget (25 cent). Aangezien je hier bijna nergens kunt pinnen is de lunch voordat we de boottocht terug maken wat karig.Met de stroom mee gaat het een stuk sneller en met twee jonge reizigers delen we onze ervaringen. Eenmaal aangekomen kan ik nog wel even in mijn beste chinees uitleggen dat ik mijn buskaart bent kwijtgeraakt maar dat bleek na een kwartier geen enkel probleem. Het hostel waar we al eerder hebben overnacht heeft gelukkig nog een kamer over en na het avondeten en ons slaapdrankje gaan de oogjes dicht.
De volgende morgen beginnen we vroeg aan onze tocht richting Cameron Highlands. In tegenstelling tot onze reis vorig jaar doet de Tom Tom nu niet echt zijn best. We rijden een aantal keer flink om maar uiteindelijk vinden we de juiste weg. Het is zo'n zes uur rijden maar via een weg die ze vanwege enorme hoeveelheden regen nog wel eens afsluiten winnen we weer wat tijd. Het eerste stuk hangen we regelmatig achter vrachtwagens die in slakkentempo enorme hoeveelheden teakhout de heuvels op rijden. Deel twee van de tocht gaat veel sneller en hebben we de tweebaansweg voor ons alleen, dan toch maar even stiekem rechts rijden :-)
Overigens was het gisteren nog even grote paniek want tijdens het opstarten van mijn Mac produceerde hij een harde piep en deed hij hierna helemaal niets meer. Even googelen op de iPhone en daar bleek al snel dat er iets niet goed mis was met mijn witte vriend. Diversen toetscombinaties verder begon er langzaam weer wat leven is mijn MacBook te komen en na een klein half uurtje deed hij alweer precies waarvoor hij was meegenomen. Na een paar minuten tikken kwamen er aan alle kanten mieren uit mijn Mac. Blijkbaar zijn deze er in de jungle ingekropen en hebben de kleine ettertjes de storing in mijn machine veroorzaakt. Helemaal zeker weet ik het niet dus we zijn extra voorzichtig. Wat ik wel weet is dat we nu anderhalve dag verder zijn er er nog altijd mieren onder mijn toetsen vandaan kruipen. Maar wees gerust, ze overleven het niet!
Ik stink, jij stinkt, wij stinken.
Vanzelfsprekend heb ook ik de wedstrijd gekeken. Om 2.30 uur ging 't wekkertje en heb ik op een oud toestel vol met ruis wat oranje tegen lichtblauw gezien. Gelukkig was er af en toe een close-up want anders zag ik echt niet wie wie was. De Mart Smeets van Maleisië maakte het er ook al niet beter op en mijn twee roomies zijn met geen honderd vuvuzela's wakker te krijgen. Maar goed, dat we gingen winnen stond al snel vast maar het wachten was alleen op de eerste goal (een hele mooie trouwens). Ik moet wel bekennen dat ik regelmatig liever mijn bed weer in ging want 't was weer een oersaaie pot. Deed van Persie nog mee? Is hij er dit jaar überhaupt bij?
Na de korte nacht hebben we ons om 7.30 uur verzameld in een hostel aan de overkant. Vanuit hier vetrekken de bussen maar eerst even tijd voor een echt chinees ontbijtje, toast met lichtgevende kersenjam, heerlijk! Een fout busje brengt ons binnen het uur naar de oever vanwaaruit de tocht gaat beginnen. Nog even een tiental formulieren invullen, ondertekenen, laten stempelen, inleveren, terug krijgen en weer invullen en onder tekenen. Raar volkje die Aziaten! De tocht is erg lang, erg mooi en gaat via zo'n vies bruin riviertje de jungle door. Na drie uur en een houten reet verder komen we aan in Taman Negara. Het kaartje moet ons naar ons huisje brengen maar zo makkelijk gaat dat nog niet. Na een kleine speurtocht komen we uiteindelijk overhit aan en moet de eigenaar van het huisje het direct ontgelden. Masja is over de kook en dat laat ze merken ook. De man reageert laconiek en ik help hem een klein beetje want het is er wel erg mooi. Kleine houten chalets staan in alle rust rond een veranda van palmbladeren. Het duurt niet lang of vrouwlief is weer wat afgekoeld en stemt zelf in met een kleine demonstratie rubberboom snijden. Leuk en leerzaam tegelijk. De verdere middag staat in het teken van een tocht door de jungle en een bezoek aan de plaatselijk aboriginals.
In de jungle zien we al snel wat apen boven ons hoofd voorbij slingeren en staan we oog in oog met een 'mini' hertje (25 cm hoog).De leefomgeving van de aboriginals is op zijn minst een 'beetje' in scene gezet maar het blijft toch indrukwekkend. Kinderen die elkaar vlooien, moeders van zestien en het stamhoofd die zo stoned als een garnaal iedereen zonder gebit staat uit te lachten. We leren vuur maken met wat hout en palmbladeren en krijgen een kleine demonstratie aapjes-dood-schieten-met-giftige-pijlen en een blaaspijp. Bodhy moet van al deze kermis niet zoveel hebben en kan niet wachten tot we weer in de bewoonde wereld zijn. Eenmaal daar ploffen we neer bij een drijvende chinees die wel raad weet met wat kip curry, kip red en kip zoet zuur. Na tien euro (39 ringgit) lichter verlaten we de toko en gaan naar ons huisje. De temperatuur is gelukkig iets gedaald want van al dat zweet stinken we als rotte eieren. Na het douchen doen we nog even een glaasje rood op de veranda en besluiten één dag eerder terug te keren. Want ondertussen is niet alleen Bodhy al die beestjes zat maar is de temperatuur ons ook goed aan het slopen. Morgen staat er nog een trail op de planning maar zullen we waarschijnlijk snel erna de boottocht richting de auto inzetten. Op naar de highlands van Maleisië waar de omgeving schitterend moet zijn en de temperaturen een stuk beter. Tot morgen maar weer!
Ringa Ringa Ringgit
Dinsdagochtend zijn we de dag begonnen met een duik in ons buiten zwembad op de twaalfde verdieping. Nog een beetje fris op deze hoogte maar met een indrukwekkend uitzicht. Vervolgens een warme douche en snel de auto in richting Jerantut. Ons basiskamp waaruit we de jungle in trekken. De route loopt dwars door Kuala Lumpur en dat is echt geen pretje met het stuur aan de verkeerde kant. De rechte stukken gaan prima maar een afslag of rotonde is al veel lastiger. Zeker met al die F***K brommertjes die je aan alle kanten voorbij vliegen. De wegen zitten zo dicht op elkaar en de afslagen zijn zo niet praktisch dat de Tom Tom ons regelmatig de verkeerde kant op stuurt. Door het lastige parcours hebben we maar weinig kunnen zien maar de eerste indruk van Kuala Lumpur is zeker niet verkeerd. De straten zijn gevuld met duizenden brommertjes en boven je hoofd glijd een monorail, de meest uiteenlopende gebouwen, overal groen en af en toe een glimp van de Petronas Twin Towers die met zijn 452 meter over de stad lijkt te waken. Eénmaal uit de stad besluiten we dieper het binnenland in te rijden op zoek naar wat olifanten. Na een klein half uurtje blijkt de Lonely Planet het helemaal juist te hebben. Even parkeren en met een sticker op de borst mogen we het park in. Helaas staan er een aantal olifanten aan de ketting wat ons enthousiasme snel wegneemt. Masja schiet nog wat foto's, maken gebruik van de lokale nasi en springen weer in de airco want het is echt bloedheet. De luchtvochtigheid is een 'miljard' en de temperatuur voelt zeker als 45 graden.Aangekomen in Jerantut is het zoeken naar ons hostal een hele klus maar we slagen uiteindelijk toch. Dit kunnen we helaas niet zeggen van de toko die ons de jungle in moet brengen want met alles wat we aan digitale rommel hebben meegenomen is de beste man (of vrouw) nergens te vinden. Geen punt, gaan we gewoon op zoek naar een ander! Na wat uurtjes huiswerk en een flinke wandeling is ons avontuur geboekt. We beginnen woensdagochtend vroeg met een tocht van drie uur in een indianen bootje richting de jungle. Hier verblijven we twee dagen in een soort van boomhut en gaan op zoek naar wilde dieren en inheemse stammen. Ook doen we een jungle tocht van een aantal uur met halverwege een touw brug van 400 meter op een hoogte van zo'n 50 meter. De prijzen vallen erg mee dus we nemen het ervan. Zo hebben we net een illegale chinees gevonden die waarschijnlijk de laatste fles Merlot uit de omgeving aan ons heeft verkocht. Kost een paar centen maar dan heb je ook wat. Om je een idee te geven, een fles wijn kost omgerekend € 7,50 (30 Ringgit) net zoveel als een drie-persoons-kamer met ontbijt of een vier gangen menu voor drie personen.Nu mogen jullie één keer raden waar onze voorkeur naar uit gaat?
Tiger it is!
Het heeft even geduurd maar we zijn eindelijk op plaats van bestemming. Althans, voor deze eerste nacht dan. Na een reis van zo'n 24 uur zijn we eindelijk aangekomen in Kuala Lumpur Airport. Onderweg nog even wat uurtjes in Cairo doorgebracht en van alle gesluierde dames genoten. Burka's zijn er blijkbaar in alle kleuren en maten, lichtblauw met goud, hoogglans zilver of zachtroze met diamanten. De aankomst in het donker was overigens echt heel mooi. Cairo is niet voor niets één vm 's werelds meest licht vervuilende plekjes maar vanuit een vliegtuig is het wel heel mooi (een soort van enorm tuincentrum met kerst!). Eenmaal in KL zijn we snel bij de auto en begint het avontuur direct met het linksrijden. Overigens is het personeel uiterst vriendelijk op de luchthaven en is het niet vreemd dat KL Airport al voor de derde keer op rij is uitgeroepen tot beste vlieghaven ter wereld. Maar dat terzijde! Wat ook wel leuk is dat wij ons druk maken om een nagelvijltje in je handbagage terwijl je hier gewoon bestek van metaal bij het eten krijgt. Momenteel zitten we in ons kamertje te genieten van een echt Tiger biertje. Het hotel staat namelijk midden in een achterbuurtje waar alles en iedereen op straat leeft. Helemaal leuk! Versgebakken kipburgers uit een karretje voor 35 cent en we plunderen een soort van supermarkt voor nog geen vijf euro. Doen nog even een biertje bij de plaatselijke kroeg terwijl de eerste kakkerlak langs onze Havaianas beweegt. Voor Bodhy begint het goed :-)